Eiser, een Algerijnse staatsburger, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij vanwege een relatie met de dochter van een generaal en de daaruit voortvloeiende bedreigingen gevaar loopt bij terugkeer naar Algerije. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas, ondanks dat de identiteit en nationaliteit van eiser als betrouwbaar werden beoordeeld.
Eiser voerde aan dat zijn medische problematiek zijn verklaringen niet beïnvloedde en dat zijn relaas consistent was. De rechtbank oordeelde dat de medische klachten geen belemmering vormden voor het geven van verklaringen en dat eiser geen overtuigende verklaring gaf voor tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over wie op de hoogte was van de relatie en de risico-inschatting.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk gevaar loopt en dat de geloofwaardigheidstoets correct en transparant is toegepast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.