ECLI:NL:RBDHA:2023:6497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinsleden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn gezinsleden. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en heeft de beslistermijn slechts met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk 1 november 2022 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd.
De rechtbank stelt vast dat eiser rechtsgeldig ingebreke is gesteld en dat het beroep tijdig is ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat er sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De staatssecretaris krijgt een termijn van twintig weken om alsnog te beslissen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het overschrijden van deze termijn. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden aan eiser toegekend. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser en dient het griffierecht van €184 te worden vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.