ECLI:NL:RBDHA:2023:650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering bestuurlijke dwangsom bij asielverblijfsvergunning
Eiser diende op 21 juli 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn verstreek op 21 januari 2022, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde. Verweerder besloot pas op 4 april 2022, maar kende geen bestuurlijke dwangsom toe vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
Eiser betoogde dat deze Tijdelijke wet onverbindend is en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere asielzoekers wel een dwangsom kregen. De rechtbank oordeelde dat de Tijdelijke wet geldig is en dat de hoogste bestuursrechter dit ook bevestigde in een uitspraak van 30 november 2022.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser dit niet concreet had gemaakt. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen dwangsom toekende en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-toekennen van een bestuurlijke dwangsom is ongegrond verklaard.