ECLI:NL:RBDHA:2023:6531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinsleden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn gezinsleden. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 13 oktober 2022 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld op 1 november 2022 en het beroep is tijdig ingediend op 22 februari 2023. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht worden vergoed. De rechtbank motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging van houders van een asielvergunning.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.