ECLI:NL:RBDHA:2023:6534
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenveroordeling
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 2022. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vervolgens op 6 april 2023 de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder door het alsnog inwilligen van de aanvraag geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verweerder opleggen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor 'licht' wordt toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.S. Hamans en is zonder zitting uitgesproken. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.