Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 december 2021. Nadat verweerder de asielaanvraag op 8 september 2022 heeft ingewilligd, handhaafde eiser het beroep met betrekking tot de vraag of bestuurlijke dwangsommen zijn verbeurd.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee komt te vervallen wegens het ontbreken van procesbelang. Daarnaast is op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND vastgesteld dat bestuurlijke dwangsommen niet kunnen worden opgelegd bij asielaanvragen. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 30 november 2022.
Daarom is het beroep in zoverre ook niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder wel in de proceskosten van eiser, omdat het beroep terecht was ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor.