Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van november 2021. Nadat de staatssecretaris de aanvraag in augustus 2022 alsnog inwilligde, handhaafde verzoeker het beroep om te toetsen of bestuurlijke dwangsommen waren verbeurd.
De rechtbank oordeelde dat met de inwilliging het procesbelang voor het niet tijdig beslissen verviel. Daarnaast kan op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen bestuurlijke dwangsom worden opgelegd bij besluiten op asielaanvragen, hetgeen bevestigd is door de Afdeling bestuursrechtspraak.
Daarmee ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep op dit punt. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, maar veroordeelde de staatssecretaris wel in de proceskosten vanwege het terecht ingestelde beroep op het niet tijdig beslissen.