ECLI:NL:RBDHA:2023:6746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beslaglegging op AOW-pensioen door Sociale Verzekeringsbank
Eiser maakte bezwaar tegen een beslaglegging op zijn AOW-pensioen door Yards Deurwaardersdiensten, uitgevoerd in opdracht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hij betoogde dat het beslag gebaseerd was op onjuiste gegevens en dat de SVB geen onderzoek had verricht naar de juistheid daarvan. Tevens stelde hij dat de SVB de Wet bescherming persoonsgegevens had overtreden door informatie aan derden te verstrekken.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep de geldigheid van een beslag niet door de bestuursrechter kan worden beoordeeld. De bestuursrechter dient het beslag als gegeven te aanvaarden en alleen te toetsen of het bestuursorgaan binnen het kader van het beslag is gebleven bij het nemen van de betalingsbeslissing.
De SVB had binnen de grenzen van het beslag gehandeld en verwees naar recente jurisprudentie die deze lijn bevestigt. De rechtbank oordeelde dat de juistheid van het beslag en eventuele privacyklachten buiten haar bevoegdheid vallen en verwees eiser naar de burgerlijke rechter en de Autoriteit Persoonsgegevens.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de SVB terecht het bedrag van € 683,31 op het pensioen van eiser had ingehouden. Eiser kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beslaglegging op zijn AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard.