ECLI:NL:RBDHA:2023:676
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid relatieproblemen en bedreigingen
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend uit vrees voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Irak, vanwege een relatie met een meisje uit een andere stam. Hij stelde dat hij bedreigd en beschoten is vanwege deze relatie. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en een inreisverbod opgelegd, omdat hij de verklaringen van eiser ongeloofwaardig achtte.
Eiser voerde in beroep aan dat hij consistent heeft verklaard en niet alle details kon geven, mede vanwege beperkte kennis over het stamconflict. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de verklaringen ongeloofwaardig vond, omdat eiser summier en vaag bleef over belangrijke aspecten zoals de relatie, het conflict tussen de stammen en de bedreigingen. Ook de tatoeage met een andere naam dan die van het meisje onderbouwde het verhaal onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van de Vreemdelingenwet 2000, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.