ECLI:NL:RBDHA:2023:6802
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft tegen het besluit van 6 april 2023 beroep ingesteld omdat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling heeft genomen. De reden was dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.10720), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is behandeld.