Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
25 januari 2023.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Nederland heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland was uitgeprocedeerd en dat terugkeer naar Marokko voor hem een ernstig risico op onmenselijke behandeling inhoudt vanwege zijn afvalligheid van de islam. Tevens stelde hij dat hij in Duitsland geen adequate medische zorg ontving, waardoor de asielaanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan Nederland zou moeten worden toegekend.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor een reëel risico op indirect refoulement bij eiser ligt en dat hij onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft geleverd waaruit blijkt dat Duitsland hem niet adequaat zal beschermen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn medische situatie bij overdracht aan Duitsland aanzienlijk en onomkeerbaar zal verslechteren.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond verklaard en is het bestreden besluit gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt gehandhaafd.