ECLI:NL:RBDHA:2023:6826
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 3 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Polen volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet langer geldt vanwege slechte detentieomstandigheden en verwees naar diverse rapporten en prejudiciële vragen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat Polen zich, afgezien van pushbacks, aan het Europees asielrecht houdt. Hoewel eiser eerder kort gedetineerd was in Polen, is niet gebleken dat hij bij terugkeer opnieuw gedetineerd zal worden.
De rechtbank wees het verzoek om de behandeling aan te houden af en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.