ECLI:NL:RBDHA:2023:6840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering box 3-heffing 2018 en toekenning rentevergoeding wegens strijd met EVRM
De rechtbank heeft in deze zaak geoordeeld over de box 3-heffing over het jaar 2018 van erflater, waarbij de forfaitaire rendementsheffing in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De aanslag is verminderd van een box 3 inkomen van €30.693 naar €6.149, gebaseerd op het werkelijk rendement in plaats van het forfaitaire rendement, conform het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (Kerstarrest).
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat eisers recht hebben op een rentevergoeding over de periode van 1 maart 2018 tot en met 21 juli 2022 over het bedrag van €7.414 dat onverschuldigd is betaald. De rentevergoeding is vastgesteld op €1.229,19, gebaseerd op de rentevoet uit artikel 30hb Awr en het arrest Darby. De rechtbank wees het beroep toe, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de nieuwe uitspraak in de plaats treedt van de eerdere uitspraak.
De rechtbank oordeelde tevens dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last gezien de gehele financiële situatie van erflater. De proceskosten van €1.970 en het betaalde griffierecht van €48 werden aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.E. Kiers en griffier P. Jasperse op 9 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de box 3-heffing 2018 en kent een rentevergoeding toe over onverschuldigde belastingbetaling.