ECLI:NL:RBDHA:2023:688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag die op 8 november 2021 werd ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 18 mei 2022 en wachtte meer dan twee weken alvorens beroep in te stellen.
De rechtbank constateert dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de wettelijke mogelijkheden om de beslistermijn te verlengen en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, rekening houdend met het 8+8-weken-model dat zorgvuldigheid in de besluitvorming waarborgt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €418,50, vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom van €100 per dag bij niet-naleving.