Uitspraak
Voorlopige voorziening
Beschikking op het op 25 januari 2023 ingekomen verzoek van:
[naam01] ,
[naam02] ,
Procedure
- het op 25 januari 2023 ingekomen verzoek, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 26 januari 2023, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 30 januari 2023, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 2 februari 2023, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 3 februari 2023, met bijlage, van de zijde van de man;
- het e-mailbericht van 6 februari 2023, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Franse taal: [tolk01] ;
- [medewerker RvdK01] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum huwelijk01] 2021 te [plaats huwelijk01] , Frankrijk.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [voornaam minderjarige01] uit.
- Blijkens de uittreksels uit het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen heeft de vrouw in ieder geval de Nederlandse nationaliteit en heeft [voornaam minderjarige01] in ieder geval de Franse nationaliteit.
- De man heeft de Franse nationaliteit.
- Bij beschikking van 9 september 2022 heeft deze rechtbank voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang inhoudende dat de man voorlopig gerechtigd is om [voornaam minderjarige01] bij zich te hebben éénmaal per twee weken van vrijdag 9:30 uur tot zondag 18:30 uur in Nederland, met de overdrachten van [voornaam minderjarige01] in het bijzijn van een derde (niet zijnde de vrouw of oma (mz)) op [plaats01] , met ingang van vrijdag 2 september 2022.
- De man en de vrouw zijn door middel van crossborder mediation tot een door hen beiden op 14 september 2022 ondertekende vaststellingsovereenkomst gekomen, waarin zij – voor zover hier van belang – in afwijking van de zorgregeling die is opgenomen in de beschikking van 9 september 2022 een co-ouderschapsregeling zijn overeengekomen waarbij [voornaam minderjarige01] twee weken bij de moeder in Nederland verblijft en twee weken bij de vader in Frankrijk, met de wisseldag op zondag.
- De vrouw geeft sinds januari 2023 geen uitvoering meer aan de zorgregeling.