ECLI:NL:RBDHA:2023:7190

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
NL22.14330
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser diende op 6 november 2021 een asielaanvraag in, die op 20 juni 2022 in de nationale asielprocedure werd opgenomen. Volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 bedraagt de beslistermijn zes maanden, welke met een bestuursbesluit is verlengd met negen maanden. Hierdoor moet de beslissing uiterlijk op 20 september 2023 worden genomen.

Eiser stelde op 25 juli 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank oordeelt dat dit beroep prematuur is omdat de beslistermijn nog niet was verstreken en de ingebrekestelling niet aan de wettelijke vereisten voldeed.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14330

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 25 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 6 november 2021 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is op 20 juni 2022 opgenomen in de nationale asielprocedure. Op grond van
artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedraagt de beslistermijn zes
maanden. Verweerder heeft met WBV 2022/22 besloten de beslistermijn voor aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de beslistermijn op de datum van de inwerkingtreding van de WBV nog niet is verstreken met 9 maanden te verlengen. Dit betekent in dit geval dat verweerder uiterlijk op 20 september 2023 een beslissing zal moeten nemen.
3. Dit betekent dat de ingebrekestelling en beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag prematuur zijn.
4. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.