ECLI:NL:RBDHA:2023:7194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na verlening asielvergunning
Verzoekster, van Angolese afkomst, had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet werd geweigerd. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij de beslissing op bezwaar in Nederland kon afwachten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder op 20 februari 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had verleend op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet. Hierdoor had verzoekster rechtmatig verblijf in Nederland en rustte er geen vertrekplicht meer op haar.
Gelet hierop was uitstel van vertrek niet meer aan de orde en werd het bezwaar naar verwachting niet-ontvankelijk verklaard. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat verzoekster rechtmatig verblijf heeft na verlening asielvergunning en geen vertrekplicht meer rust.