ECLI:NL:RBDHA:2023:7194

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
NL22.9818
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VreemdelingenwetArt. 29 VreemdelingenwetArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na verlening asielvergunning

Verzoekster, van Angolese afkomst, had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet werd geweigerd. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij de beslissing op bezwaar in Nederland kon afwachten.

De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder op 20 februari 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had verleend op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet. Hierdoor had verzoekster rechtmatig verblijf in Nederland en rustte er geen vertrekplicht meer op haar.

Gelet hierop was uitstel van vertrek niet meer aan de orde en werd het bezwaar naar verwachting niet-ontvankelijk verklaard. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat verzoekster rechtmatig verblijf heeft na verlening asielvergunning en geen vertrekplicht meer rust.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.9818

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoekster

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A. Jankie),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij ambtshalve besluit van 24 mei 2022 (het bestreden besluit) de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 200 (Vw) geweigerd.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen opdat zij de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten.
De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Verzoekster is van Angolese afkomst en is geboren op [Geboortedatum]
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder bij besluit van 20 februari 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 van Pro de Vw aan verzoekster heeft verleend. Als gevolg hiervan heeft verzoekster rechtmatig verblijf in Nederland en rust er geen vertrekplicht meer op haar. Gelet hierop is uitstel van vertrek niet meer aan de orde en zal het bezwaar naar verwachting dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.