ECLI:NL:RBDHA:2023:7196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor een familielid. De aanvraag werd ingediend op 15 april 2022, waarna de beslistermijn door verweerder werd verlengd tot maximaal zes maanden, met een uiterste beslisdatum van 13 oktober 2022. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd die op 7 december 2022 door verweerder is ontvangen. Na het verstrijken van twee weken na ontvangst van deze ingebrekestelling heeft eiser op 3 februari 2023 beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank stelt dat vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen een langere beslistermijn passend is en legt een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog moet besluiten. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en de proceskosten van eiser van € 418,50, alsmede het griffierecht van € 184. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 15 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.