ECLI:NL:RBDHA:2023:7221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 25 maart 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 13 juni 2022 op het bezwaar beslist, waardoor het bezwaar niet langer aanhangig is. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting.
Omdat het bezwaar is afgehandeld, is het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan tijdens het beroep bij de bestuursrechter. De rechtbank heeft inmiddels uitspraak gedaan in het beroep (zaaknummer AWB 22/4424) en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar is afgehandeld en het beroep is beslist.