ECLI:NL:RBDHA:2023:7222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin het bezwaar van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 6:5, eerste lid, Awb moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, dat wil zeggen de punten waarop eiser het niet eens is met het bestreden besluit.
Het beroepschrift van eiser bevatte geen gronden. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.M.L. van der Kammen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.