ECLI:NL:RBDHA:2023:7240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel in HTL Hoogeveen ongegrond verklaard
Eiser werd op 2 maart 2023 door het COa geplaatst in de Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg gelijktijdig een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat deze maatregel neerkwam op vrijheidsontneming, wat volgens hem onrechtmatig was, mede vanwege de slechte omstandigheden en het gebruik van geweld in de HTL. Hij voerde aan dat de maatregel disproportioneel was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en psychische gezondheid.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het plaatsingsbesluit niet ontvankelijk was omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt, waardoor de rechtmatigheid daarvan niet ter beoordeling stond. Verder stelde de rechtbank vast dat eiser de HTL op 7 maart 2023 vrijwillig had verlaten, waardoor geen sprake was van vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin dit standpunt werd bevestigd.
De rechtbank nam ook kennis van een brief van de Inspectie Justitie en Veiligheid waarin werd gewezen op onrechtmatigheden en geweld in de HTL, maar vond deze bevindingen onvoldoende om te concluderen dat er sprake was van een schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank vond dat de opvang in de HTL niet voldeed aan de normen uit de Opvangrichtlijn noch leidde tot een onmenselijke behandeling van eiser.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een actuele en ernstige bedreiging was die het opleggen van de maatregel rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard omdat er geen sprake is van vrijheidsontneming en de maatregel proportioneel is.