ECLI:NL:RBDHA:2023:7337
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag wegens schijnrelatie met Poolse partner
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als EU/EER-gemeenschapsonderdaan vanwege zijn relatie met zijn Poolse partner. Verweerder wees de aanvraag af omdat sprake zou zijn van een schijnrelatie, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen tijdens het hoorgesprek.
Eiser voerde aan dat de tegenstrijdigheden begrijpelijk waren en dat er sprake moest zijn van een duurzame relatie vanwege de zwangerschap van zijn partner. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de relatie als schijnrelatie heeft aangemerkt, omdat de verklaringen over belangrijke gebeurtenissen in hun relatie wezenlijk verschilden en eiser niet aannemelijk maakte dat hij de vader was of dat er een oprechte relatie bestond.
De rechtbank stelde dat de zwangerschap geen aanleiding gaf tot nader onderzoek en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser en zijn partner uitvoerig waren gehoord. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wegens schijnrelatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.