ECLI:NL:RVS:2019:1279
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling slaagt in hoger beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen op grond van een vermeende schijnrelatie met de referent. Na eerdere afwijzing en bevestiging daarvan door de rechtbank, stelde de vreemdeling in hoger beroep dat hij inmiddels met de referent was gehuwd en dat een oprechte relatie was ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde en dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om een duurzame en exclusieve relatie aan te tonen. De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris ten onrechte afzag van een individueel onderzoek en het horen van hem in bezwaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het horen van de vreemdeling niet nodig was, omdat er wel degelijk twijfel bestond over het oogmerk van het huwelijk. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar bevolen.