Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1], eiser, V-nummer: [nummer], en
[naam 3]en
[naam 4]
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden met de Eritrese nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend in Nederland die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk zijn verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. Dit omdat het Eurodac-systeem aangaf dat eisers reeds internationale bescherming genieten in Spanje.
Eisers voerden aan dat de registratie onjuist is en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de Eurodac-gegevens, met name omdat de datum van bescherming in Spanje gelijk is aan de datum van aanmelding, wat onwaarschijnlijk zou zijn. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van de juistheid van Eurodac-gegevens, tenzij deze onvoldoende actueel zijn of onvoldoende verblijfsrechtelijke informatie bevatten.
Uit de recente Eurodac-bevraging blijkt dat aan eisers op 13 december 2022 internationale bescherming in Spanje is verleend, wat niet onwaarschijnlijk is gezien hun verklaring dat de Verenigde Naties hun verzoek voorafgaand aan de reis naar Spanje hebben beoordeeld. De rechtbank volgt eisers dan ook niet in hun stelling dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.