ECLI:NL:RBDHA:2023:7452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kas binnen bebouwde kom als kruimelgeval
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van Glastuinbouw Nederland tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland om het bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het oprichten van een kas ongegrond te verklaren.
De vergunning betrof een kas van 190 m2 voor de teelt van perkgoed op een perceel met bestemming Agrarisch-Glastuinbouw. Hoewel de teelt van perkgoed niet binnen het bestemmingsplan valt, stelde het college dat de kas een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom is, waardoor het planologisch kruimelgeval van toepassing is en de vergunning van rechtswege is verleend wegens het niet tijdig beslissen.
Glastuinbouw Nederland voerde aan dat de kas niet binnen de bebouwde kom ligt en geen bijbehorend bouwwerk is, en dat de vergunning daarom niet van rechtswege verleend kon worden. De rechtbank oordeelde dat het perceel wel degelijk binnen de bebouwde kom ligt vanwege de concentratie van bebouwing met woon- en verblijffunctie. Ook is de kas functioneel verbonden met het hoofdgebouw van het glastuinbouwbedrijf op het perceel, zodat sprake is van een bijbehorend bouwwerk.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht de vergunning van rechtswege heeft verleend en dat het beroep ongegrond is. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning van rechtswege bevestigd.