ECLI:NL:RVS:2016:90
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan Bergen
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een recreatiewoning op een perceel met bestemming Wonen-2, zonder dat het perceel de vereiste aanduiding 'recreatiewoning (rw)' had. Wederpartij A en B verzochten handhaving tegen het gebruik van de recreatiewoning, wat het college afwees. De rechtbank vernietigde het besluit tot vergunningverlening omdat de recreatiewoning niet planologisch gerelateerd was aan het hoofdgebouw en dus geen bijbehorend bouwwerk vormde.
Het college en appellanten stelden dat de recreatiewoning onder het overgangsrecht viel en dat sprake was van een planologische omissie. De Afdeling oordeelde dat het overgangsrecht niet van toepassing was omdat een zomerwoning, toegestaan onder het oude bestemmingsplan, niet gelijk is aan een recreatiewoning. Ook was geen vergunning voor de zomerwoning aangetoond. Verder was de recreatiewoning niet planologisch gerelateerd aan het hoofdgebouw, zoals vereist voor een bijbehorend bouwwerk.
De Afdeling verwierp het beroep op beleidsnotities en het argument dat de recreatiewoning als berging gebruikt werd, omdat de vergunningaanvraag specifiek recreatiewoning betrof. De bestuurlijke lus werd niet toegepast omdat de rechtbank discretionair handelde en geen verplichting had deze toe te passen. De hoger beroepen van het college en appellanten werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de omgevingsvergunning bevestigd.