Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, uit Utrecht, eiser
Procesverloop
,waarop het UWV heeft gereageerd met aanvullende verweerschriften.
Vooraf
Ontvankelijkheid van het beroep
Wat ging er aan deze procedure vooraf
Wat vindt eiser
Waarover gaat het in deze zaak
Wat vindt de rechtbank
de rechtbank begrijpt: anders dan uit de eigen onderzoeksbevindingen is gebleken) ook niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een ziekte of gebrek. Voor geen enkele diagnose die Van Eijnsbergen heeft gesteld zijn de DSM-criteria zichtbaar en dus door de onderzoeker van Van Eijnsbergen niet navolgbaar getoetst. Verder worden er geen bronnen vermeld in het rapport en blijven tot slot de onderzoekers niet binnen hun deskundigheid door te concluderen dat werknemer niet geschikt is voor zijn eigen werk. De rechtbank kan – gezien de inhoud van het rapport van Van Eijnsbergen – de toelichtingen van de verzekeringsarts B&B volgen.
(werknemer)geeft aan dat hij obsessief dwangmatig is. Alles moet op de juiste plaats staan en alles moet in de juiste volgorde gebeuren. Onderzochte is erg controle behoeftig en heeft een angst om in paniek te raken”. Dat is volgens de verzekeringsarts B&B onvoldoende om aan de gestelde criteria te voldoen. Bovendien is de diagnose niet eerder genoemd en heeft werknemer geen behandeling hiervoor ondergaan. De rechtbank ziet in hetgeen eiser in zijn schriftelijke stukken en ter zitting naar voren heeft gebracht geen grond om deze motivering van de verzekeringsarts B&B voor onjuist te houden.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
.