ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante is sinds november 2006 arbeidsongeschikt en heeft in augustus 2008 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV kende haar per 24 november 2008 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar arbeidsongeschiktheid 80% of meer bedraagt en dat zij recht heeft op een hogere loongerelateerde WGA-uitkering. De Raad overwoog dat het resultaat dat appellante nastreeft, ook indien de arbeidsongeschiktheid op 80% of meer wordt gesteld, geen feitelijke betekenis heeft omdat de uitkering per 25 maart 2010 is geëindigd en zij geen gevolgen ondervond van re-integratieverplichtingen.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Tevens werd vastgesteld dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.