ECLI:NL:RBDHA:2023:7496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband na proeftijd politieambtenaar bevestigd
Eiser was vanaf 1 februari 2021 in dienst als Bedrijfsvoeringspecialist B - ICT bij de politie met een proeftijd van een jaar. Verweerder besloot het tijdelijke dienstverband niet te verlengen per 1 februari 2022 wegens onvoldoende bekwaamheid en geschiktheid. Eiser betwistte dit en stelde dat de proeftijd verlengd had moeten worden.
De rechtbank hanteerde een terughoudende toetsing en onderzocht of verweerder redelijkerwijs mocht concluderen dat eiser niet voldeed aan de redelijke eisen van zijn functie en of daarbij geen onrechtmatigheden waren begaan. De negatieve beoordeling van 20 december 2021, gebaseerd op meerdere informanten en een 360 graden feedback, toonde aan dat eiser niet zelfstandig de kernwerkzaamheden kon uitvoeren, onvoldoende technische kennis had en moeizaam samenwerkte.
Eiser voerde aan dat de eisen tijdens de proeftijd hoger werden en dat hij onterecht werd beoordeeld op het niet lopen van piketdiensten. De rechtbank vond echter dat verweerder terecht uitging van de beoordeling en dat de niet verlenging van de proeftijd gerechtvaardigd was. Ook was er geen sprake van vooringenomenheid of een onvolledige bezwaarprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever op 30 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verlengen van de proeftijd is ongegrond verklaard.