Uitspraak
22.1036 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1 april 2019 in tijdelijke dienst bij de politie als Assistent Beveiliging B met een proeftijd van één jaar. Tijdens zijn dienst werden meerdere klachten geuit over zijn omgangsvormen, met name over fysiek contact en gedrag dat door vrouwelijke collega’s als onprettig werd ervaren. Ondanks zijn ontkenning en het gevoel dat hij werd benadeeld, heeft de korpschef op 31 maart 2020 besloten het dienstverband niet te verlengen en eervol ontslag te verlenen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de korpschef in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat er geen bewijs was voor zijn ongewenste gedrag, en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de toetsing terughoudend is bij beëindiging na de proeftijd en dat de korpschef niet hoefde te bewijzen dat appellant ongeschikt was zoals bij een vast dienstverband. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt dat appellant geen inzicht toonde in het effect van zijn gedrag, waardoor geen verbetering te verwachten is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het eervol ontslag bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.