Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats] (Zuid-Afrika), eiseres
Minister van Buitenlandse Zaken;
Procesverloop
Overwegingen
Gemeente Nissewaard - Wmo.
Rechtbank Den Haag
Eiseres vroeg op 18 april 2019 een Nederlands paspoort aan bij de ambassade in Pretoria, maar verweerder weigerde dit omdat zij sinds 1 januari 1995 haar Nederlanderschap had verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Eiseres stelde dat zij niet wist van het verlies en onvoldoende was geïnformeerd, en dat de weigering onevenredig bezwarend was omdat zij in Europa wilde werken.
De rechtbank stelde vast dat eiseres aan de voorwaarden voor verlies van het Nederlanderschap voldeed en dat verweerder terecht mocht verwachten dat Nederlanders in het buitenland zich zelf informeren over de wetgeving. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende voorlichting niet afdoet aan de wettelijke bepalingen en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
Verder werd de evenredigheidstoets, zoals vereist door het Europees Hof van Justitie en de hoogste bestuursrechter, juist toegepast. Er was geen bewijs dat eiseres ten tijde van het verliesmoment gebruik maakte van haar unierechten of concrete plannen had die rechten uit te oefenen. De persoonlijke omstandigheden en wensen van eiseres werden niet relevant geacht voor de toets.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om het paspoort toe te kennen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een Nederlands paspoort is ongegrond verklaard omdat het verlies van het Nederlanderschap rechtmatig en proportioneel is vastgesteld.