ECLI:NL:RBDHA:2023:7559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning afgewezen wegens ontbreken gronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, terwijl dit op grond van artikel 6:5, eerste lid, Awb verplicht is.
De rechtbank heeft eiser een mogelijkheid geboden om alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.