ECLI:NL:RBDHA:2023:7627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning afgewezen
Eiser, met de Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 7 juli 2022 afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd op 8 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet tijdig gronden van bezwaar had ingediend.
Eiser stelde dat hij wel alle juiste gegevens had ingebracht en dat op grond van het associatierecht met Turkije geen puntensysteem geldt voor Turkse onderdanen die een verblijfsaanvraag indienen als zelfstandige. De rechtbank oordeelde echter dat hieruit niet blijkt dat eiser tijdig gronden van bezwaar heeft ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg, zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.