ECLI:NL:RBDHA:2023:7806

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
23-573
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bestreden besluit in vreemdelingenzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een onbekend besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De rechtbank constateert dat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd bij het beroepschrift, hetgeen verplicht is volgens artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiser twee keer in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, eerst met een termijn van vier weken en daarna nogmaals met een termijn van twee weken. Eiser heeft hier niet op gereageerd en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Gezien het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit en het niet tijdig herstellen van dit verzuim, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, waarbij zij kunnen verzoeken om een zitting.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/573

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

wonende te Paterswolde
v-nummer: [vnummer]
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder

Inleiding

1. Eiser heeft tegen een onbekend besluit van verweerder beroep ingesteld.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
3. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft eiser in haar brief van 27 januari 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
4. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 17 maart 2023 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld een kopie van een besluit in te dienen binnen twee weken na dagtekening van die brief.
5. Eiser heeft hier niet op gereageerd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
B. van der Wiel, griffier
,en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.