ECLI:NL:RBDHA:2023:785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 30 oktober 2021. Nadat de asielaanvraag bij besluit van 3 augustus 2022 werd ingewilligd, handhaafde eiser het beroep voor zover het ging om de verschuldigdheid van bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank overwoog dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat bestuursrechtelijke bepalingen omtrent dwangsommen op asielaanvragen worden toegepast. Hierdoor kan verweerder geen bestuurlijke dwangsommen aan eiser verschuldigd zijn.
Eiser stelde dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. Dit leidde tot het oordeel dat eiser geen belang heeft bij het beroep, zodat het niet-ontvankelijk is.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser vanwege het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet opleggen van bestuurlijke dwangsommen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.