ECLI:NL:RBDHA:2023:7876
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument wegens schijnrelatie met EU-burger
Eiseres, een Ghanees staatsburger, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger, haar Italiaanse partner. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van een vermoeden van een schijnrelatie, ondersteund door diverse indicatoren zoals illegaal verblijf bij aanvraag, aanzienlijk leeftijdsverschil en eerdere garantstelling van de partner voor een andere persoon.
De rechtbank oordeelt dat het vermoeden van misbruik terecht was en dat nader onderzoek gerechtvaardigd was. Tijdens een hoorzitting gaven eiseres en referent tegenstrijdige verklaringen over hun verblijf en contact met familie, wat het vermoeden versterkte. De rechtbank vindt de verklaringen onvoldoende eenduidig en acht de relatie een schijnrelatie.
De aangevoerde persoonlijke omstandigheden en overgelegde bewijsstukken, waaronder foto's en getuigenverklaringen, overtuigen niet van het tegendeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.