Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 9 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Eiser voert, onder verwijzing naar wat hij al eerder in de zienswijze heeft aangevoerd, aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is en onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft tijdens het nader gehoor niet goed kunnen verklaren, omdat hij analfabeet is waardoor hij niet alle vragen goed begreep. Hij heeft moeite met abstracte begrippen en Engelse leenwoorden. Hierdoor was sprake van miscommunicatie met de tolk. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met eisers geringe begrips- en bevattingsniveau. Eiser heeft hier herhaaldelijk op gewezen. Eiser twijfelt ook aan de deskundigheid van de hoorambtenaar. Volgens eiser heeft verweerder een onjuist toetsingskader gehanteerd. Verder stelt eiser dat aanleiding bestaat om bij hem LVB [2] -problematiek te veronderstellen. In het MediFirst-advies van 7 december 2022 is ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van LVB, waardoor dit advies te beperkt is. Dat hij zijn denkproces niet inzichtelijk heeft gemaakt, heeft verweerder hem daarom ten onrechte tegengeworpen. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar een artikel uit A&MR over laaggeletterde asielzoekers. [3]
Beslissing
mr.J.R. van Veen, griffier.