ECLI:NL:RBDHA:2023:788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser diende op 17 mei 2022 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 oktober 2021. Nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 juni 2022 de asielaanvraag had ingewilligd, handhaafde eiser het beroep enkel voor de verschuldigdheid van bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank overwoog dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluiting van de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels op asielbesluiten inhoudt. Dit betekent dat verweerder geen bestuurlijke dwangsommen aan eiser verschuldigd kan zijn. Eiser stelde dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat deze uitsluiting niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Hierdoor ontbrak het procesbelang voor het beroep en werd het niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het eerdere niet tijdig beslissen. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50.
Deze uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielbesluiten.