ECLI:NL:RBDHA:2023:7888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Nederland heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en een verzoek tot terugname door Duitsland is aanvaard.
Eiser stelde dat zijn band met Nederland sterker is vanwege zijn Bulgaarse partner en dochter die in Nederland wonen en verblijfsrecht hebben. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van een duurzame relatie met zijn partner en haar dochter. De enkele verklaringen van eiser zijn onvoldoende om de band te onderbouwen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Ook is geen sprake van strijd met artikel 8 EVRM Pro en artikel 9 IVRK Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.