ECLI:NL:RVS:2020:893
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris heeft op 18 december 2017 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 15 januari 2018 onrechtmatig en vernietigde het, met de opdracht tot een nieuw besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hield de behandeling aan in afwachting van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de toepassing van de Dublinverordening. Na beantwoording van de prejudiciële vragen oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen beroep kan doen op hoofdstuk III-criteria van de Dublinverordening omdat er een claimakkoord is tussen Nederland en Italië, waar de aanvraag in behandeling is.
De Afdeling verwierp het argument van de vreemdeling dat de staatssecretaris haar aanvraag in behandeling had moeten nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat het enkele bestaan van een gezinsband onvoldoende is om een uitzondering te maken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.