Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en Riffijnse afkomst, diende een opvolgende asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege zijn deelname aan Hirak-Rif demonstraties door de Marokkaanse autoriteiten wordt gezocht. Hij overlegde een verklaring op erewoord en foto’s ter onderbouwing.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de deelname aan protesten. De rechtbank bevestigt dit oordeel, omdat de verklaring op erewoord niet objectief verifieerbaar is en de opstellers niet aantoonbaar bij de autoriteiten werken. Ook de foto’s werden in samenhang beoordeeld maar boden onvoldoende bewijs.
Verder is Marokko aangewezen als veilig land van herkomst. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij als Riffijn en Hirak-Rif activist een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af.