ECLI:NL:RBDHA:2024:2675
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag ondanks nieuw element over detentie door Marokkaanse geheime dienst
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende op 12 juli 2023 een derde asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen en in rechte vaststonden. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe, relevante elementen. Eiser stelde dat zijn detentie in Nederland door de Marokkaanse geheime dienst een nieuw relevant element vormde, wat door de rechtbank werd erkend als nieuw, maar niet als relevant voor een andere uitkomst.
De rechtbank hanteerde een tweefasentoets: eerst of het element nieuw is, en vervolgens of het de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroot. Hoewel het detentie-element nieuw was, ontbrak de onderbouwing om de geloofwaardigheid van de eerdere protestdeelname te versterken. Hierdoor was het element niet relevant voor een andere beoordeling.
Eiser voerde ook aan dat zijn asielaanvraag toegewezen moest worden op grond van artikel 3 EVRM Pro wegens risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat dit niet aannemelijk was gemaakt, mede omdat eerdere aanvragen al ongeloofwaardig waren bevonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de staatssecretaris in beroep het motiveringsgebrek had hersteld. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag blijft in stand.