ECLI:NL:RBDHA:2023:7931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning ondanks gelijkheidsbeginsel
Eiseres, huurder van een woning te Den Haag, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €155.000 op peildatum 1 januari 2020 voor het jaar 2021. Zij stelde dat een waardevermindering wegens omgevingsfactoren, toegepast bij een vergelijkbare woning nabij een moskee en luchtverontreiniging, ook op haar woning toegepast diende te worden op grond van het gelijkheidsbeginsel, omdat haar huur mede van de WOZ-waarde afhangt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de WOZ-waarde op juiste wijze had vastgesteld met behulp van een systematische vergelijkingsmethode waarbij rekening is gehouden met gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud. De door eiseres genoemde waardevermindering bij een vergelijkingsobject betrof een eenmalig compromis en hield geen verband met omgevingsfactoren. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat omgevingsfactoren een waardevermindering rechtvaardigen of dat sprake was van ongelijke behandeling.
Daarnaast stelde de rechtbank twijfel te hebben over het materiële belang van eiseres bij de verlaging van de WOZ-waarde, omdat geen belastingen op basis van deze waarde aan haar zijn opgelegd en onduidelijk is of haar huurprijs wijzigt bij een lagere WOZ-waarde.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Postema op 23 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.