ECLI:NL:RBDHA:2023:7958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie bij terugkeer naar Tadzjikistan
Eiseres, een Tadzjiekse vrouw geboren in 1975, vroeg uitstel van vertrek aan vanwege lichamelijke en psychische klachten waaronder een trage schildklierfunctie, angstklachten, depressie en mogelijke ernstige dissociatieve stoornis. Verweerder wees dit af op grond van een BMA-advies waarin werd geconcludeerd dat eiseres medisch gezien kan reizen en dat binnen drie maanden na vertrek geen medische noodsituatie wordt verwacht.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig en ondeugdelijk was en dat er een reëel suïciderisico bestaat bij terugkeer naar Tadzjikistan. Ook stelde zij dat de effectiviteit van de medische zorg in Tadzjikistan nader onderzocht had moeten worden en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig was en dat eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen gaf om dit te betwisten. De brief van haar psychiater toonde geen ander medisch beeld dan het BMA-advies. De rechtbank vond geen aanleiding voor nader onderzoek naar de medische zorg in Tadzjikistan en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat geen nieuwe informatie werd ingebracht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een medische noodsituatie.