ECLI:NL:RBDHA:2023:7998
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 6 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou eindigen op 5 oktober 2022. De staatssecretaris verlengde deze termijn met negen maanden op grond van het WBV 2022/22 vanwege een grote instroom van asielaanvragen.
Eiser stelde de staatssecretaris op 7 oktober 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend omdat de verlengde termijn pas op 6 juli 2023 zou verstrijken.
Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuur ingediende ingebrekestelling.