ECLI:NL:RBDHA:2023:8012
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn
Eiser diende op 7 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 een beslistermijn van zes maanden, die op 6 januari 2023 zou eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 werd deze termijn met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
Eiser stelde de staatssecretaris op 9 januari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 31 januari 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was, omdat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en de oorspronkelijke termijn nog niet was verstreken.
Op grond hiervan voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.