Eiseres, houder van een gastouderbureau, kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd wegens het niet leggen van een verplichte koppeling met een meerderjarige huisgenoot van een gastouder in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Eiseres voerde aan niet als overtreder te kunnen worden aangemerkt en dat zij niet verwijtbaar had gehandeld. De rechtbank oordeelde dat de wetgever expliciet de verantwoordelijkheid bij het gastouderbureau legt, waardoor eiseres als overtreder moet worden gezien.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiseres niet verwijtbaar was, omdat zij onvoldoende controleplicht had. De rechtbank vond dat eiseres haar bedrijfsvoering zo moest inrichten dat zij tijdig op de hoogte was van de koppeling. Wel werd meegewogen dat eiseres door verkeerde informatie van de gastouder was misleid en dat de schoondochter na ontdekking alsnog correct werd gekoppeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geen individuele beoordeling had gemaakt bij het opleggen van de boete, wat in strijd is met artikel 5:46, tweede lid, van de Awb. Daarom werd de boete gehalveerd tot €1.500. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.