Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 24 juni 2022 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar en haar minderjarige kinderen, als gezinsleden van haar echtgenoot. De staatssecretaris heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar heeft daarna geen besluit genomen.
Na ingebrekestelling door de referent op 24 januari 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijnen, is het beroep kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit en draagt de staatssecretaris op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het overschrijden van deze termijn en stelt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vast wegens overschrijding van de maximale termijn. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €418,50 en wordt het betaalde griffierecht van €184 vergoed.