ECLI:NL:RBDHA:2023:8147
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland toegewezen aan Britse onderdaan zonder visumplicht
Op 1 mei 2023 is aan de Britse verzoeker de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij niet in het bezit was van een geldig visum of verblijfsvergunning. De verzoeker, een zelfstandig ondernemer met een bedrijf in Nederland, stelde dat hij rechtmatig verblijf heeft en geen visumplicht geldt voor Britten. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de voorziening en dat het administratief beroep een redelijke kans van slagen heeft.
De zaak draaide om de toepassing van de Schengengrenscode en de vraag of de verzoeker, die langdurig verblijf beoogt, onder deze code valt. De rechter bevestigde dat dit het geval is en dat de Britse nationaliteit van verzoeker betekent dat hij niet visumplichtig is volgens de relevante EU-verordening. Hierdoor mocht de toegang niet worden geweigerd op grond van het ontbreken van een visum of verblijfsvergunning.
Daarnaast werd geoordeeld dat de weigering ook niet juist was gebaseerd op het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), aangezien Britten hiervan zijn vrijgesteld. De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris het griffierecht en proceskosten aan verzoeker moet vergoeden en verleent de voorlopige voorziening dat verzoeker toegang tot Nederland krijgt totdat op het administratief beroep is beslist.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker alsnog toegang tot Nederland krijgt totdat op het administratief beroep is beslist.