ECLI:NL:RVS:2013:CA3601
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel volgens Vreemdelingenwet 2000
De vreemdeling werd op 9 januari 2013 de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees een schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in en betoogde dat de toegangsweigering onrechtmatig was, onder meer omdat het formulier niet voldeed en de toegang niet geweigerd mocht worden vóór inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling als asielzoeker onder de Schengengrenscode valt en dat toegangsweigering mogelijk is, ook voor asielzoekers, mits binnen de wettelijke kaders. De Raad stelde vast dat de toegangsweigering en de daarop gebaseerde artikel 6-maatregel rechtmatig waren opgelegd. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank het beroep tegen de artikel 6-maatregel behandelde zonder het administratief beroep tegen de toegangsweigering mee te nemen, wat strijdig is met het recht op een doeltreffende voorziening in rechte volgens artikel 6 van Pro het Handvest.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat bij behandeling van het beroep tegen de artikel 6-maatregel ook het beroep tegen de toegangsweigering gelijktijdig moet worden behandeld. De inhoudelijke klachten van de vreemdeling over de rechtmatigheid van de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel werden uiteindelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad benadrukte dat het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in beginsel gerechtvaardigd is ter waarborging van het grensbewakingsbelang en dat individuele omstandigheden van de vreemdeling, zoals een zwaar verleden, onvoldoende zijn om hiervan af te wijken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd, maar de beroepen tegen de toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel worden inhoudelijk ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.